“In de bloei en het verval van een bos tulpen herken ik de tragiek van ons leven. In een korte maar tegelijk trage tijdsspanne zie je hoe fragiel schoonheid en hoe breekbaar zekerheid in wezen is. Tulpen staan als bomen in de tijd – net als mensen trouwens.”

“Irmgard Lamers roert ogenschijnlijk achteloos universele waarden aan. Geboren worden, leren leven, verliefd worden, verouderen en uiteindelijk verleppen. Elke fase heeft een eigen schoonheid, soms oogstrelend en soms tranentrekkend treurig. Zij verbeeldt echter niet alleen haar eigen stemming bij het zien van het niet ongemerkt geblevene, of de onooglijke charme van pittoresk verval. [ - ] Lamers verbeeldt en symboliseert, bovenal dat alles en iedereen wortels heeft – al kost het niet zelden decennia dat als feit te accepteren en belangeloos te waarderen.”

Peter Yvon de Vries (NRC Handelsblad)